Home Eerste dag Logistieke zaken Opdrachten Leerdoelen Beoordelingen Beroepsactiviteiten

Leerdoelen
Co-assistenten Anesthesiologie AMC


Cruciale leerdoelen

De onderstaande leerdoelen zijn cruciaal voor de medisch inhoudelijke ontwikkeling van de coassistent. Het is dan ook een prioriteit om zich in deze leerdoelen te verdiepen. Het is de verwachting dat er gedurende de coschap tenminste over deze ondewerpen worden gespard. Hiernaast is het de verwachting dat over tenminste de helft van deze onderwerpen feedback wordt gevraagd in Scorion

A) Airway

De co-assistent kan

  1. uitleggen waarom we pre-oxygeneren
  2. uitleggen hoe preoxygeneren praktisch gaat en wat de fysiologische principes hierachter zijn
  3. demonstreren hoe de luchtweg wordt geëvalueerd en optimale patiënt positionering voor luchtwegmanagement demonstreren
  4. uitleggen hoe de verwacht moeilijke luchtweg wordt benaderd
  5. uitleggen hoe de onverwacht moeilijke luchtweg wordt benaderd
  6. benoemen wat veelvoorkomende problemen zijn bij luchtwegmanagement en hoe dezen worden benaderd

B) Breathing

De co-assistent kan

  1. uitleggen hoe de beademingsapparaat werkt
  2. demonstreren hoe de beademingsapparaat wordt ingesteld voor een standaard volwassen patient
  3. de basis instellingen voor de beademingsapparaat uitleggen
  4. beredeneren hoe we omgaan met veel voorkomende beademingsproblemen (lage saturatie, lage EtCO2, hoge EtCO2, hoge beademingsdrukken, veel lekkage)

C) Circulatie

De co-assistent kan

  1. beredeneren hoe we veelvoorkomende bloeddruk problemen (hypotensie, hypertensie)
  2. interpreteren, benaderen en wat de fysiologische principes hierachter zijn (diagnose en behandeling)
  3. beredeneren hoe we veelvoorkomende ritme problemen (tachycardie, bradycardie)
  4. interpreteren, benaderen en wat de fysiologische principes hierachter zijn (diagnose en behandeling)

D) Disability

De co-assistent kan

  1. adequate dosering voorstellen maken voor veelgebruikte anesthetica en hierbij redeneren wanneer er meer of minder wordt gebruikt
  2. uitleggen hoe spinale en epidurale anesthesie werkt en wanneer dezen worden gebruikt

Overig

De co-assistent

  1. kan de patiënt postoperatief overdragen op de PACU
  2. heeft een patiënt preoperatief gescreend en doet voorstel voor anesthesietechniek
  3. demonstreert het correct aansluiten van patiënt aan de monitor
  4. demonstreert principes van ‘closed loop feedback’ en CRM
  5. demonstreert het correct optrekken van medicatie, het instellen en aanpassen van infusiepompen

Verdieping


Onderstaande leerdoelen dienen als verdere eventuele verdieping naast de leerdoelen die hierboven staan. Feedback hierover is niet verplicht

A) Luchtweg

Kent de anatomie van de luchtweg

Kent de techniek van optimale positionering voor luchtweg interventies

Kent de theorie en techniek van luchtwegmaneuvres en kapbeademing

Kent de techniek en werking van larynx maskers

Kent de techniek en theorie van endotracheale intubatie

Kent de theorie van de benadering van de verwacht moeilijke luchtweg

Kent de theorie van de benadering van de onverwacht moeilijke luchtweg

B) Beademing

Kan globaal drukgestuurd en volumegestuurd beademing uitleggen

Kent de gangbare beademingsinstellingen (PEEP, FiO2, flow, Vt, Pinsp, freq, I:E)

Kan de beademingsapparaat instellen voor een volwassen patient

Kent de differentiaal diagnose, pathofysiologie en behandeling van verhoogde beademingsdrukken, hypercapnie en hypoxie

Kent de werking van capnometrie en plethysmografie

Kent de principes van één long ventilatie

C) Circulatie/hemodynamiek

Kent de standaardmonitoring (pulsoxymetrie, 5-lead ECG, bloeddruk)

Kent de theorie en techniek van plaatsen infuus

Kent de theorie, werking en indicatie van arterielijnen

Kent de theorie, werking en indicatie van centrale lijnen

Kent de werking en dosering van basis vasoactieve middelen

Kent de werking en dosering van basis vloeistoffen

Kent de werking en indicatie van transfusieproducten

Erythrocyten concentraat

Fresh Frozen Plasma (FFP)

Thrombocyten concentraat

Stollingsfactoren

Massa transfusie protocol

Kent de differentiaal diagnose van perioperatieve hypotensie

Kent de differentiaal diagnose van perioperatieve bradycardie

Kent de differentiaal diagnose van perioperatieve tachycardie

Kent de basismechanismen van en de types shock

Kent de diagnostiek en behandeling van obstructieve shock

Kent de diagnostiek en behandeling van hypovolemische shock

Kent de diagnostiek en behandeling van distributieve shock

Kent de behandeling van bradycardie en tachycardie

D) Neurologie/anesthesie

Kent de werking en dosering van anesthetica

Kent de werking en dosering van spierverslappers

Kent de werking en dosering van pijnstillers

Kent de techniek en werking van spinale anesthesie

Kent de techniek en werking van epidurale anesthesie

Kent de techniek en werking van gangbare locoregionale technieken

Supraclaviculair block
Femoralis block
Poplitea block

Is bewust van globale neurologische innervatie van ledematen, romp en intrathoracale en -abdominale viscera

Kent de theorie en praktijk van Train Of Four (TOF) monitoring

Kent basis pijnbehandeling op de afdeling

Kent basis perioperatieve pijnbehandeling

Kent basis misselijkheidsbehandeling en indicatie voor misselijkheidsprofylaxe

E) Environment

Kent het belang van temperatuurmanagement

Kent de verschillende technieken om hypothermie te voorkomen

Ingreep specifiek

Neurochirurgie

Laparoscopie

Hartcatheterisatie

Sedatie

Sectio caesarea

Cardiochirurgie

Orthopedie

Obesitas

Spoed procedures

Kent principes van Basic Life Support

Kent principes van Advanced Life Support

Kent principes van Trauma opvang

Heeft het spoedbundel verkend